De nieuwe wetgeving over geassisteerde bevruchting en alles wat daarmee samenhangt, gaat ervan uit dat donatie in principe anoniem is. Daar mág van afgeweken worden in
het geval van eiceldonatie, maar zoals gezegd geeft ook het CRG de voorkeur aan anonimiteit. Dat is de op één belangrijkste reden waarom we vrouwen die zelf een
donor aanbrengen, proberen te overtuigen om in het systeem van anonieme donatie via een aangebrachte donor te stappen i.p.v. dat van gekende donatie. De belangrijkste reden
is de verhoging van de slaagkans per ontvangende vrouw.
Onze voorkeur voor anonimiteit bij donatie is grotendeels van psychologische aard. Het is namelijk de beste methode om zowel donor als acceptor te beschermen tegen
teleurstellingen, conflicten en tegengestelde belangen. Hoe goed de onderlinge relatie vandaag ook is, het valt niet te voorspellen hoe ze over vijf of tien jaar zal zijn.
Zeker als er iets misgaat met de zwangerschap of het kind, is de kans groot dat de relatie tussen donor en ontvangers vertroebeld raakt door de schuldvraag.
Maar zelfs als alles prima verloopt zijn conflicten niet a priori uitgesloten. Zo kan er een meningsverschil ontstaan over de openheid tegenover het kind wat betreft zijn
of haar herkomst. Of verwacht het ontvangende paar impliciet dat jij als donor emotioneel betrokken blijft, terwijl dat voor jou helemaal niet evident is. Of wil je als donor
zelf betrokken blijven bij de zwangerschap en geboorte, maar ligt dat voor het ontvangende paar moeilijk.
Door de donatie anoniem te houden, kunnen al deze potentiële psychologische complicaties worden vermeden. Er wordt een duidelijke grens getrokken tussen de levenssituatie
(in casu het gezin) van de donor en die van de wensouders; de verhoudingen zijn van bij het begin duidelijk.